NIEUWE POPMUZIEK

Ik zat aan tafel bij twee muziekjournalisten en laat mij ontvallen dat ik eigenlijk nauwelijks meer naar nieuwe popmuziek luister. Een van de twee zegt..’ zou je toch moeten doen, want er gebeuren op dit moment erg interessante dingen..’
Er gaan een paar namen van groepen over de tafel die ik vaag ken. Fratelli’s, Artic Monkeys, Malle Pietje en de Bimbo’s.
Daarop zegt de andere journalist dat het wel ongeveer de zesde keer is dat er zo’n nieuwe golf over ons heen komt. Een cyclische beweging. Dat is het dus. Ik hoef die hernieuwende muziek niet meer te horen.
Ik ken het al. Ik heb bovendien een beetje tabak van die wereld. De hype. Het geschreeuw. Het zal er wel bij horen, maar het hoort niet meer bij mij.
Ik wil verder. Of terug.
Ik luister graag en veel naar jazz uit de late jaren ‘50 en begin ‘60. Er is een nieuwe wereld voor me open gegaan. Een wereld waar instand werd gecreëerd. Zonder hol gegil en geschreeuw.
Toch lijkt het erop dat de Nederlandse pers zich liever bezig houdt met die nieuwe groepen die telkens weer het wiel opnieuw uitvinden.
Begrijpelijk en heel goed voor nieuwe bands maar er blijft wel een groot gebied van de muziek onderbelicht. Daar is zelfs geen ruimte meer voor in de media. Hoewel mijn tafelgenoten erop wezen dat de traditionele media niet meer bestaan. Gelijk hebben ze. Er is heel veel veranderd. Maar ik heb geen zin in de kicks en het gedoe van internet. Ik ga nog steeds het allerliefst met mijn pinpas naar een goede CD winkel om eens lekker door die bakken te grasduinen. Om vervolgens als een blij kind thuis mijn veroveringen door te luisteren. Het spookt door mijn kop; ben ik een ouderwetse lul? Een gezapige muziekgenieter?
Volgens mij ben alleen maar klaar met hedendaagse pop.
Ik weet het nou wel.
Laat mij maar even...